nonstopwriting.nl

Archive | december, 2011

 

All i want for Christmas is…a vegaburger?

21-12-11 | Door Rachel 10 reacties

Ik: ‘Mam, ik ben vegetarisch geworden.’
Mam: ‘Oh… ja… Dat heb je toch wel eens vaker geprobeerd? Toen hield je het niet vol.’
Ik: ‘Ja, maar nu ben ik het echt!’
Mam: ‘Nou ja, wij eten ook niet zoveel vlees hoor, maar ik ga het niet helemaal opgeven.’
Ik: ‘Dat zeg ik toch ook niet?’
Mam: ‘We wilden wel gourmetten deze kerst.’

Sinds twee weken ben ik vegetariër. Welke gek me over heeft gehaald om in december, de maand dat we ons het meest volproppen met dieren, vegetarisch te worden? Meneer Jonathan Safran Foer met zijn boek Dieren eten. Ja inderdaad, die genius die ook Alles is verlicht (één van mijn lievelingsboeken) en Extreem luid en ongelofelijk dichtbij heeft geschreven. Het boek gaat, heel verrassend, over dieren eten. Foer stelde zich, toen hij vader en echtgenoot werd, de vraag: waarom eten we dieren? En zouden we ze ook eten als we wisten hoe ze op ons bord terechtkomen. Drie jaar lang deed hij onderzoek naar de productie van vlees en vis.

Makkelijke prooi
Op de achterkant van het boek staat een korte recensie van het Algemeen Dagblad: ‘Wat maakt hij er een pijnlijk mooi relaas van. Een knappe jongen die na lezing nog een hap dier door zijn keel krijgt.’

Ik kreeg na het tweede hoofdstuk al geen hap vlees meer door mijn keel. Hierbij toegegeven dat ik een makkelijke prooi ben. Ik at al bewust weinig vlees, en had, zoals mijn moeder al aankaartte, reeds twee pogingen tot een vegetarische leefstijl achter de rug.

Konijn Fred
Poging uno was op de middelbare school en faalde jammerlijk. Ik bedacht dat ik geen vlees wilde eten, omdat ik mijn konijnen Fred en Wilma ook nooit zou eten. Maar mijn vuur van overtuiging doofde snel toen ik de spekjes en stukjes worst uit de boerenkool moest vissen en er een smakeloze groene berg achterbleef.

Slap als een vaatdoek
Mijn tweede poging was tijdens mijn studententijd, geïnspireerd door mijn vegetarische huisgenoot. Terwijl ik bijna elke dag beachvolleybalde, studeerde en uit ging, lette ik totaal niet op vervangende stoffen. Ik werd zo slap als een vaatdoek en zag dagelijks sterretjes en zwart voor mijn ogen. Ik kwam tot de conclusie dat ik toch wel vlees nodig had.

Horrorfilm
De waarheid was dat ik er niet genoeg mijn best voor deed. En bovenal me niet genoeg verdiepte in het waarom. Waarom wilde ik tot twee keer toe stoppen met dieren eten? En kon ik dit niet volhouden? Ergens wist ik wel dat er iets niet klopte aan de manier waarop wij momenteel ons vlees verkrijgen. Dat als iemand me een film zou laten zien hoe ons vlees geproduceerd wordt, het een horrofilm zou zijn. Maar het is zo lekker en zo goedkoop. Dus hield ik mezelf, misschien wel bewust, onwetend zodat ik geen moeilijke beslissingen hoefde te maken.

Tegenzin
Toen ik het boek van Foer in de schappen zag liggen, kocht ik het meteen, maar wel met tegenzin. Ik wilde meer weten, maar ook weer niet. Want als je ogen eenmaal geopend zijn, moet je kiezen. Foer schrijft dat het kennelijk niet de vraag is óf het lijden van vissen, varkens of andere consumptiedieren nou wel zo vreselijk belangrijk is, maar of dat lijden belángrijker is dan sushi, ontbijtspek of kipnuggets.

Poepvocht
Na het lezen van het boek heb ik mezelf de volgende vragen gesteld:

Geef ik om het milieu? Ja

Wil ik met mijn voedselkeuze een industrie ondersteunen die dagelijks miljoenen liters giftige en dus ziekmakende stront illegaal via onze wateren dumpt? Nee

Keur ik onnodig lijden van dieren goed? Nee

Wil ik met mijn voedselkeuze een industrie steunen die op grote schaal welbewuste martelingen van dieren toestaat? Nee

Geef ik om mijn eigen gezondheid? Ja

Zou ik vlees eten van een genetisch gemanipuleerde, met medicijnen volgepropte, van ziektes vergeven en met stront overdekte dieren?  Nee

Zou ik pluimveeproducten eten die momenteel worden beschouwd als de grootste boosdoener van voedselgerelateerde aandoeningen? Nee

Zou ik kip eten dat tijdens het productieproces in koelwater* heeft gelegen, ook wel bekend als uitwerpselensoep, om zo meer vocht te absorberen, zodat ik als consument meer betaal voor kip die voor 10% uit gechloreerd poepvocht bestaat? Nee

Zou ik producten eten uit een industrie die in verband staat met pandemieën als SARS, vogelgriep en varkenspest? Nee

En de belangrijkste vraag: Zou ik, als ik een kind zou hebben, hem of haar vlees of vis voorschotelen uit de bio-industrie? Nee

Veggie little Christmas
Het moge duidelijk zijn. Voor mij geen kalkoenen en varkenshaasjes met Kerst. Dat lijkt lastig. En soms is het ook lastig. Maar met het artikel van Elsbeth Witt, Have youself a veggie little Christmas sla ik mezelf deze donkere dagen wel door!

*In Amerika werken ze in pluimveeverwerkingsbedrijven nog met koeltanks, in tegenstelling tot een groot aantal Europese en Canadese pluimveeverwerkingsbedrijven die werken met luchtgekoelde systemen. Luchtkoeling verlaagt het gewicht van het vogelkarkas, terwijl bij waterkoeling de vogel water opneemt waar pluimveeverwerkers jaarlijks miljoenen dollars extra aan verdienen. Het water wordt ‘uitwerpselsoep’ genoemd vanwege alle viezigheid en bacteriën die erin ronddrijven. Omdat in de supermarkt op kipproducten het land van afkomst niet vermeld staat, kun je nooit met zekerheid weten of je kip met poepvocht eet of niet.