nonstopwriting.nl

Liefdesode aan mijn navigatie

20-3-12 | Door Rachel 4 reacties

Op een koude ochtend in november kwam jij mijn leven binnen. Ik weet nog precies hoe ik me voelde toen ik voor het eerst je stem hoorde, alsof ik in een warm bad van veiligheid werd gedompeld. De dagen dat ik het moest redden met vreemdelingen die me na drie zinnen alweer in de steek lieten, waren voorbij. Eindelijk was er iemand die me door dik en dun bijstond, me richting gaf, me thuisbracht.

Ik geef niet graag toe dat ik iemand nodig heb. Afhankelijk van iemand zijn is al helemaal uit den boze. Maar er is geen ontkennen meer aan. Ik heb je nodig en heb je altijd nodig gehad. Want, liefste, zonder jou kom ik nergens. Als je even op bent en geen aandacht voor me hebt, slaan de stoppen bij me door. Dan breng ik je zo snel mogelijk naar een plek waar je kunt rusten en opladen. Het is me een raadsel hoe ik al die tijd zonder jou overleefd heb.

In het verleden trok ik je woorden wel eens in twijfel, sloeg ik je advies in de wind. Natuurlijk kwam ik in de problemen. Maar in plaats van wrokgevoelens te koesteren en me in mijn eigen sop gaar te laten koken, pakte je mijn hand en begon je weer tegen me te praten alsof er niets was gebeurd.
Inmiddels vertrouw ik je blindelings. Ik loop als een blinde pup hunkerend naar moeders tepel achter je aan. Je laat me plekken zien, waar ik zonder jouw hulp nooit een stap had durven zetten.

Soms pest je me een beetje. Dan stuur je me alle kanten op en laat je me rondjes draaien. Misschien doe je dat om me even te laten proeven van een leven zonder jouw leidende hand. Vroeger raakte ik dan in paniek, maar inmiddels weet ik dat je uiteindelijk wel bijdraait en speel ik het spelletje gewoon vrolijk mee. Zoals in iedere relatie is het een kwestie van geven en nemen. En je geeft me zoveel.

Wat ik ook zo aan je waardeer is je zelfreflectie. Je blijft jezelf verbeteren. Waar andere relaties van me aan de oppervlakte bleven hangen, heeft de onze dieptes bereikt die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Op de meest donkere dagen, als ik het spoor bijster ben en niemand me kan vertellen welk pad ik moet bewandelen, leidt jouw blauwe pijl me als een fonkelende Poolster door de nacht.

Je mag ook best weten dat jij de voornaamste reden was dat ik een smartphone heb aangeschaft. Facebook, twitter, e-mail, ze deden me eigenlijk vrij weinig. Vanaf het begin had ik alleen maar oog voor jou. En in anderhalf jaar is daar niets aan veranderd.

Daarom schrijf ik deze liefdesode aan jou, oh wijze navigatie. En om mijn liefde te bewijzen, beloof ik hierbij plechtig  dat ik voor jou over de meest modderige paden, verlaten industrieterreinen, grasvelden, ja zelfs rivieren zal gaan, als jij me daar naar toe stuurt. Opdat we altijd bij elkaar blijven.

Jouw trouwe volgeling,

Rachel

Lees dit als je niet van handtassen houdt

26-1-12 | Door Rachel 6 reacties

Ik ben een vrouw en hou niet zo van handtassen. Toen ik dit laatst aan mijn mannelijke freelance collega’s vertelde, keken ze me aan alsof er een pootje ontbrak aan mijn extra X-chromosoom. Want ja, je bent toch een vrouw en elke vrouw heeft honderd tassen. Nou, ik niet.

Ik heb er één. Gekocht op de dag dat één van mijn beste vriendinnen ging trouwen. Ik had mijn jurk al aan en kwam erachter dat ik niet één draagbare (lees toonbare) handtas had. Dus op de fiets naar de H&M gesjeesd en een witachtig exemplaar gekocht dat nog steeds mijn enige handtas is. Hij is ronduit lelijk, wat ik ook regelmatig krijg te horen. Waarom ik geen nieuwe koop? Omdat ik het liefst helemaal geen handtas draag.

Irritant jutenzakje
Ik wil me vrij rond bewegen in plaats van dat de hele avond zo’n jutenzakje als een kleffe luiaard om me heen hangt, en tijdens het dansen ineens tot leven komt om fanatiek om me heen te zwaaien en blauwe plekken op mijn lijf te slaan. Ik zou hem natuurlijk op een kruk kunnen leggen, maar dan ben ik bang dat mijn spullen gestolen worden. Of dat ik hem vergeet. Dit zijn reële angsten. Geloof me, het is niet leuk om je eigen telefoon te bellen om die door Mehmed beantwoord te horen. Nooit meer wat van gehoord.

Barre realiteit
De barre realiteit is dat je als vrouw niet om een handtas heen kunt. Waar laat je anders je portemonnee, telefoon en huissleutels? Zeg niet dat deze spullen in je broekzak kunnen. Sinds de komst van de skinnyjeans, stretchrokjes en grote smartphones is dat een hachelijke onderneming geworden. Behalve dat het niet lekker zit, ziet het er ook nog eens uit of er aambeien op je bovenbenen groeien. Ik kan natuurlijk altijd een baggy skatebroek dragen, maar ik weet niet of ik en mijn omgeving daar nu zo blij van worden.

Alternatieven
Anyweg, ik had het hier dus zo met mannelijke collega’s over, die natuurlijk constant instemmend en vol begrip meeknikten met mijn klaagzang, en gezamenlijk dachten we: ‘hier moet een oplossing voor zijn!’ Er zullen vast meer vrouwen zijn die net als ik een onderhuidse afkeer hebben voor schepsels die moeiteloos avonden lang zelfs hengselloze handtassen (uiteraard passend bij hun kleding) onder hun oksel of in hun hand bij zich dragen, omdat we hier zelf niet toe in staat zijn. En daarom snakken naar een alternatief.

Al snel hadden we twee oplossingen bedacht.

1: De dijshaker
Een afklikbaar tasje om je dijbeen à la Lara Croft voor onder rokjes of jurkjes. Aan de buitenkant van een comfortabele band zit een met rits afsluitbaar vakje voor je telefoon en geld.  Aan de binnenkant zit een houder voor een minidolk en infrarood lippenstift in één. Je weet maar nooit wanneer je op het spoor komt van een schat die de wereldvrede op het spel zet, en je schurken moet bevechten.

2: De laarsinfiltrant
Een tasje dat je of om je enkel binnen je laars gespt, of indien mogelijk met klittenband aan de binnenkant van je laars bevestigd. Deze mogelijkheid is afhankelijk van de bekleding van de laars. Uiteraard is er bij de laarsinfiltrant ook opbergruimte voor telefoon, geld en minidolk/infraroodlippenstift. De laarsinfiltrant is bij zowel skinnyjeans als jurkjes en rokjes een geschikte optie. Een toepassing van deze constructie in gympen is wensbaar, maar over de haalbaarheid hiervan kan ik nog geen uitspraken doen.

Gadgetprofessor
Wat ik nu alleen nog nodig heb, is een gadgetprofessor die deze “tassen” voor me wil ontwikkelen. Bij deze een oproep. Trek jij je, net als ik, het lot van duizenden lijdende vrouwen over de wereld aan die avond na avond bukken onder het gewicht van hun handtas en heb je de benodigde know how om de dijshaker en laarsinfiltrant te ontwikkelen? Stuur dan een mail naar rachelvdpol@gmail.com. Over patent, winstverdeling en dergelijke ben ik bereid gunstige afspraken te maken. En voor aanvullingen op mijn ideeën, bijvoorbeeld uitbreiding van de high tech snufjes, sta ik open.

All i want for Christmas is…a vegaburger?

21-12-11 | Door Rachel 10 reacties

Ik: ‘Mam, ik ben vegetarisch geworden.’
Mam: ‘Oh… ja… Dat heb je toch wel eens vaker geprobeerd? Toen hield je het niet vol.’
Ik: ‘Ja, maar nu ben ik het echt!’
Mam: ‘Nou ja, wij eten ook niet zoveel vlees hoor, maar ik ga het niet helemaal opgeven.’
Ik: ‘Dat zeg ik toch ook niet?’
Mam: ‘We wilden wel gourmetten deze kerst.’

Sinds twee weken ben ik vegetariër. Welke gek me over heeft gehaald om in december, de maand dat we ons het meest volproppen met dieren, vegetarisch te worden? Meneer Jonathan Safran Foer met zijn boek Dieren eten. Ja inderdaad, die genius die ook Alles is verlicht (één van mijn lievelingsboeken) en Extreem luid en ongelofelijk dichtbij heeft geschreven. Het boek gaat, heel verrassend, over dieren eten. Foer stelde zich, toen hij vader en echtgenoot werd, de vraag: waarom eten we dieren? En zouden we ze ook eten als we wisten hoe ze op ons bord terechtkomen. Drie jaar lang deed hij onderzoek naar de productie van vlees en vis.

Makkelijke prooi
Op de achterkant van het boek staat een korte recensie van het Algemeen Dagblad: ‘Wat maakt hij er een pijnlijk mooi relaas van. Een knappe jongen die na lezing nog een hap dier door zijn keel krijgt.’

Ik kreeg na het tweede hoofdstuk al geen hap vlees meer door mijn keel. Hierbij toegegeven dat ik een makkelijke prooi ben. Ik at al bewust weinig vlees, en had, zoals mijn moeder al aankaartte, reeds twee pogingen tot een vegetarische leefstijl achter de rug.

Konijn Fred
Poging uno was op de middelbare school en faalde jammerlijk. Ik bedacht dat ik geen vlees wilde eten, omdat ik mijn konijnen Fred en Wilma ook nooit zou eten. Maar mijn vuur van overtuiging doofde snel toen ik de spekjes en stukjes worst uit de boerenkool moest vissen en er een smakeloze groene berg achterbleef.

Slap als een vaatdoek
Mijn tweede poging was tijdens mijn studententijd, geïnspireerd door mijn vegetarische huisgenoot. Terwijl ik bijna elke dag beachvolleybalde, studeerde en uit ging, lette ik totaal niet op vervangende stoffen. Ik werd zo slap als een vaatdoek en zag dagelijks sterretjes en zwart voor mijn ogen. Ik kwam tot de conclusie dat ik toch wel vlees nodig had.

Horrorfilm
De waarheid was dat ik er niet genoeg mijn best voor deed. En bovenal me niet genoeg verdiepte in het waarom. Waarom wilde ik tot twee keer toe stoppen met dieren eten? En kon ik dit niet volhouden? Ergens wist ik wel dat er iets niet klopte aan de manier waarop wij momenteel ons vlees verkrijgen. Dat als iemand me een film zou laten zien hoe ons vlees geproduceerd wordt, het een horrofilm zou zijn. Maar het is zo lekker en zo goedkoop. Dus hield ik mezelf, misschien wel bewust, onwetend zodat ik geen moeilijke beslissingen hoefde te maken.

Tegenzin
Toen ik het boek van Foer in de schappen zag liggen, kocht ik het meteen, maar wel met tegenzin. Ik wilde meer weten, maar ook weer niet. Want als je ogen eenmaal geopend zijn, moet je kiezen. Foer schrijft dat het kennelijk niet de vraag is óf het lijden van vissen, varkens of andere consumptiedieren nou wel zo vreselijk belangrijk is, maar of dat lijden belángrijker is dan sushi, ontbijtspek of kipnuggets.

Poepvocht
Na het lezen van het boek heb ik mezelf de volgende vragen gesteld:

Geef ik om het milieu? Ja

Wil ik met mijn voedselkeuze een industrie ondersteunen die dagelijks miljoenen liters giftige en dus ziekmakende stront illegaal via onze wateren dumpt? Nee

Keur ik onnodig lijden van dieren goed? Nee

Wil ik met mijn voedselkeuze een industrie steunen die op grote schaal welbewuste martelingen van dieren toestaat? Nee

Geef ik om mijn eigen gezondheid? Ja

Zou ik vlees eten van een genetisch gemanipuleerde, met medicijnen volgepropte, van ziektes vergeven en met stront overdekte dieren?  Nee

Zou ik pluimveeproducten eten die momenteel worden beschouwd als de grootste boosdoener van voedselgerelateerde aandoeningen? Nee

Zou ik kip eten dat tijdens het productieproces in koelwater* heeft gelegen, ook wel bekend als uitwerpselensoep, om zo meer vocht te absorberen, zodat ik als consument meer betaal voor kip die voor 10% uit gechloreerd poepvocht bestaat? Nee

Zou ik producten eten uit een industrie die in verband staat met pandemieën als SARS, vogelgriep en varkenspest? Nee

En de belangrijkste vraag: Zou ik, als ik een kind zou hebben, hem of haar vlees of vis voorschotelen uit de bio-industrie? Nee

Veggie little Christmas
Het moge duidelijk zijn. Voor mij geen kalkoenen en varkenshaasjes met Kerst. Dat lijkt lastig. En soms is het ook lastig. Maar met het artikel van Elsbeth Witt, Have youself a veggie little Christmas sla ik mezelf deze donkere dagen wel door!

*In Amerika werken ze in pluimveeverwerkingsbedrijven nog met koeltanks, in tegenstelling tot een groot aantal Europese en Canadese pluimveeverwerkingsbedrijven die werken met luchtgekoelde systemen. Luchtkoeling verlaagt het gewicht van het vogelkarkas, terwijl bij waterkoeling de vogel water opneemt waar pluimveeverwerkers jaarlijks miljoenen dollars extra aan verdienen. Het water wordt ‘uitwerpselsoep’ genoemd vanwege alle viezigheid en bacteriën die erin ronddrijven. Omdat in de supermarkt op kipproducten het land van afkomst niet vermeld staat, kun je nooit met zekerheid weten of je kip met poepvocht eet of niet.

De hand van God op het NK-bierglijden

16-11-11 | Door Rachel 3 reacties

Het publiek scandeerde mijn naam. Ik liep door de menigte, terwijl van links en rechts bekenden en onbekenden mij succes wensten. Alle ogen waren op mij gericht. Een lichte trilling in mijn hand. Nu moest het gebeuren. Één goede glij en ik zat bij de beste drie van Nederland.  Ik was zo dichtbij, ik kon de overwinning bijna ruiken. Ik stelde mezelf al voor, gedragen op de schouders van supporters onder een douche van champagne, euforisch gejuich dat als een echo in mijn oren zou klinken door de roes van de zege.

Afgelopen zaterdag was het Nederlands Kampioenschap Bierglijden in café de Fokus in Utrecht. Een fantastisch evenement waarbij twee belangrijke onderdelen van mijn leven samen komen: topsport en bier. Voor de leek: het gaat erom een biertje zo dicht mogelijk tot het einde van een speciaal hiervoor ingerichte barbaan te glijden. Dus, zo min mogelijk centimeters achter je naam te krijgen. Achter de baan staat een barman in een regenjas die de te hard glijdende biertjes opvangt, die je daarna nog op kunt drinken. Met een uitdijende groep vrienden  doen we ieder jaar mee. Maanden van te voren staat het in ieders agenda. Vakanties plannen we er om heen. En een maand voor aanvang wordt er druk met Bea de barvrouw gebeld om onze deelname te verzekeren.
Op zo’n avond voelt het net alsof we een afgevaardigd Olympisch team zijn. Natuurlijk wil je zelf winnen, maar het meest belangrijkste is dat iemand van onze groep wint. En nu wil het toevallig zo zijn dat een teamlid van ons, DE Henk zoals hij inmiddels wordt genoemd,  al twee jaar achtereen Nederlands Kampioen Bierglijden is geworden. De ultieme troef voor ons team.

Tot ieders verbazing werd De Henk dit jaar echter in de kwartfinale uitgeschakeld. En ook teamgenoten Eendebak en Van Dijken sneuvelden, ondanks briljante worpen van 0 en -1 in voorgaande rondes. Alleen ik was nog over. Ik zat bij de beste vijf. Hoe ik daarin belandde, was een wonder. Door de hand van God werd mijn biertje de kwartfinale ingeschoven. Eigenlijk was het een extra duwtje die teamlid Gravesteijn aan mijn biertje gaf, buiten mijn weten om, en niemand die het opmerkte. Maar goed, wie ben ik om daar achteraf wat van te zeggen? Als de scheids tijdens een wedstrijd een netfout of touché niet ziet, ga ik dit ook niet opbiechten. Dankbaar zijn en doorglijden was mijn devies. En dat deed ik. Met een uitstekende worp van dertig centimeter gleed ik mezelf de halve finale in.

Ik hoefde pas als vierde, dus had alles in eigen hand. De beste worp tot dan toe lag op zeventig centimeter. Om zeker te zijn van een finaleplek, moest ik daaronder glijden. Zeker geen onmogelijke opgave. Ik koos het mooist getapte vaasje van de bar, op spannende momenten word ik bijgelovig, en schoof er een paar keer mee over de baan voor het gevoel. Met geknepen ogen keek ik naar het eindpunt van de bar, waar ik Bea druk zag wijzen naar waar het biertje toe moest. Naast haar stond de zilveren beker te glimmen. Na vandaag kon mijn naam erin komen te staan. Ik was de enige die de titel nog veilig kon stellen, zonder een Henk die mij kon redden.

Ineens voelde ik een aarzeling in mijn hand. Zenuwen begonnen me parten te spelen, en de zes bier die ik naar binnen had gegoten, haalden er weinig tegen uit. Ik wilde zó graag winnen. Ik had diep moeten ademhalen, mijn tijd moeten pakken om zo de concentratie weer terug te krijgen. Of misschien was het juist wel de zes bier waardoor dit niet lukte. Maar ik zag mijn vaasje als in een vertraagde film over de baan glijden en wist het al toen het glas mijn hand verliet. Ik had verloren. Op een lullige tachtig centimeter kwam mijn biertje tot een halt.

De man na mij gleed vijftien centimeter, een topworp op zo’n moment. Voor mij was het definitief over. Een Olympische droom door een tekort van elf centimeter uiteengespat. En nu nog dreunt de teleurstelling na. Ik ben nu eenmaal een nonstopfanatiekeling, en als ik naar mijn vader van zestig kijk die soms nog houterig ballen tijdens een tennisdubbel bij zijn maatje wegkaapt, zal ik dat waarschijnlijk altijd blijven. Maar goed, professioneel ben ik ook. Het wordt een kwestie van verwerken, de ervaring meenemen, ervan leren en volgend jaar beter voorbereid op naar het NK Bierglijden 2012.

Kijk, hier word IK nu vrolijk van

3-11-11 | Door Rachel 4 reacties
Soms kom je iets tegen waarvan je denkt, podjandikkie, dat is nog eens leuk. Dat heb ik nu met de illustraties van Giles Andrae. Andrae is een Britse dichter en artiest die onder het pseudoniem Edward Monkton werkt. De illustraties zijn door hun simpelheid des te krachtiger en ik kan er niets dan vrolijk van worden. Behalve als je je jeugd hebt doorgebracht tussen vier muren omdat voor je eigen ogen je donzige huisdier van twee maanden tussen de grasmachine is beland en je ten gevolge daarvan een vreugdeloze blik op de wereld hebt, kan ik me moeilijk voorstellen dat jij hier ook niet blij van wordt. Maar goed, dit soort dingen blijven een kwestie van smaak. Dus oordeel zelf! Hier een kleine selectie van mijn favorieten:
Word ook jij hier vrolijk van? Neem dan eens een kijkje op de website van Edward Monkton, waar nog meer briljante illustraties te vinden zijn.

Dingen die je je afvraagt als je gaat samenwonen

27-9-11 | Door Rachel 5 reacties

Vandaag is het zover. Ik ga verhuizen. En niet zo’n lullige van je ene kamer naar je andere kamer verhuizing, maar een echte grotemenschenverhuizing. Ik ga namelijk samenwonen. Technisch gezien woon ik al samen met mijn maatje Maartje, maar nu ga ik intrekken bij mijn vriend. Serious business dus. Eigenlijk wilde ik al veel eerder een nieuwe blog schrijven, maar mijn handen en hoofd werden nonstop opgeslokt door dit gebeuren. Alleen al gister tijdens het inpakken vroeg ik me de volgende dingen af:

- Vindt Geert me straks nog steeds slim als hij erachter komt dat ik standaard naar The Hills of Dating in the Dark zap?
- Van wie moet ik straks jurkjes lenen als ik een kledingcrisis heb?
-Wat voor excuus heb ik straks om wijn te drinken als ik Maartje niet meer heb die na een zware dag wel wat ontspanning verdient en ik als trouwe huisgenoot haar hierin steun?
- Herkent Luka (onze kat) me straks nog wel als ik langs kom?
- Is dit de laatste keer dat ik op zoek moet naar iets dat wc-papier kan vervangen, bij gebrek aan het origineel?
- Moet ik nu wel of niet mijn stageverslag uit 2005 bewaren?
- Wie is Roy? (Ik las in een collegeblok: ‘Rachel hartje Roy’)
- Hoe kon ik mijn hoofd zo dik laten worden, zonder dat ik dit zelf door had? (Dit was tijdens het inpakken van fotoalbums)
- Wat dacht ik precies toen ik koos voor deze haarkleur? (Ook tijdens het inpakken van fotoalbums)

En dit is alleen nog vandaag. De afgelopen twee weken tijdens het klussen heb ik me nog honderden andere dingen afgevraagd. Een kleine selectie zal ik jullie niet ontzeggen:

- Wat is de plek van zilverbeestjes in de circle of life?
- Wat als Geert nooit leert schoonmaken?
- Zal ik deze muur blauw of groen doen? Of toch sloophoutbehang?
- Waarom zou iemand kiezen voor structuurverf? En de bewoners erna opzadelen met de onmogelijke taak hier over heen te verven?
- Ben ik stoned? (Iets te veel ammoniak ingeademd)
- Wordt een mens gelukkiger bij het vergroten van zijn woonomgeving? En zo ja, stopt dit bij een maximaal aantal vierkante meters en geldt dan weer het omgekeerde?
- Hoe verwijder je brokken “verse jus” van een jaar oud die vast zitten in een structuurmuur?
- Is het raar om vijf keer per dag naar een verfwinkel te gaan en alle medewerkers bij naam te kennen?
- Wat gaat Geert denken als ik weer eens zo’n avond heb dat ik denkbeeldige puisten en mee-eters uit ga knijpen en ik eruit zie alsof een leger mortal combat muggen me heeft aangevallen?
- Wat is er mis met kitten met je vingers?
- Hoe kom je erachter waar een kluwen van kabels die zomaar uit een muur puilt, voor dient?
- Waarom wordt er meer mengtoeslag op donkere kleuren verf geheven dan lichte kleuren?
- Zal ik ziek worden als ik deze zwarte schimmels aanraak?
- Waarom bestaat er geen wasmachine die de kleren rechtstreeks uit je wasmand transporteert (uiteraard op kleur gesorteerd), en ze vervolgens in de droger dropt?

Je begrijpt, een zinnige blog laat nog even op zich wachten. Eerst maar eens deze levensvragen oplossen, me in mijn nieuwe huisje settelen en dan praten we wel verder. Één troost tijdens deze nonstopchaos in mijn huis en hoofd, ik vraag me in ieder geval niet af waarom ik ga samenwonen.

Ps. Maart, it’s the end of an era!

Bekers kapot trappen op Lowlands

23-8-11 | Door Rachel 13 reacties

Vrijdagmiddag stond ik op en neer te hopsen bij de band the Fitz and the Tantrums terwijl ik voorzichtig een slokje van mijn eerste biertje nam. Lowlands was officieel begonnen. De zon brak door, dus ik moest snel doordrinken. Zonde als de helft van dat vloeibare goud verdampt. Voordat ik het wist stond er een leeg bekertje naast me op de grond in het gras te chillen. Hij had het wel best daar, dat zag je aan zijn hele lichaamshouding.

Uit het niets kwam er een jongeman naar mij toe en  vroeg of hij mijn lege bekertje mocht meenemen. Ik snapte niet waarom, maar alvorens ik wat kon vragen was hij er vandoor met mijn lege bekertje. Het tweede lege bekertje naast me was hetzelfde lot beschoren. En zo ook verdween de derde. Ik zie een bekertje liever gevuld, dus ik ging op onderzoek uit wat al die mensen met lege bekertjes wilden.

Wat bleek, voor het inleveren van tien bekers (ongedeerd), krijg je een muntje. En een muntje is op Lowlands maar liefst twee euro vijftig waard. Daar kun je dan weer een cola van kopen, of in mijn geval bier. Mijn opa, moge hij ruste in vrede, zou zeggen: ‘Dat is bijna zes gulden voor een glaasje fris.’ Ja opa, u heeft helemaal gelijk, maar over dat soort dingen moet je niet nadenken op Lowlands. Dan gaat de lol er snel vanaf. En plezier is waar het allemaal om draait op een festival. Tenminste, dat dacht ik.

Bekerverzamelaars denken daar namelijk heel anders over. Niets bandjes kijken. Er moeten munten verdiend worden. Uren zag ik ze over het terrein struinen op zoek naar intacte bekers. De rapers kwamen in alle soorten en maten, van jong tot oud en van hip tot ma Tokkie. Na zo’n dag werk zou je denken dat ze ’s avonds nog een beetje gingen genieten van hun verzamelde muntjes. Niets van dit al. Met een mijnwerkerslamp op het hoofd ging het oprapen en inleveren gewoon door.

Ik begon me lichtelijk te irriteren aan al die nijverheid, terwijl ik zelf voor pampus lag in het gras. Toen ik een goedgeklede volwassen man met plastic handschoenen, een speciale tas voor bekers en een lamp op zijn hoofd in een prullenbak zag graaien, sloeg de irritatie om in regelrechte aversie. Wat bezielde deze man? Betaal gewoon veel te veel geld voor een biertje, ga in de modder zitten en geniet potdomme van muziek zoals iedere weldenkende festivalganger.

Ik trok het vrij slecht dat elke keer als ze een bekertje van me pakten, ik het volgende drankje van die fanatiekelingen voor een tiende zou sponsoren. Dat wilde ik stiekem helemaal niet. Ik ben zelf veel te lui om die bekers op te rapen en ze naar een omruilpunt te brengen. Maar dan gun ik anderen die deze werklust wel op kunnen brengen, dat gratis muntje ook niet.

Ik wist dat het zielig van mezelf was. En dat het eigenlijk heel goed was dat festivalgangers werden beloond voor het schoon houden van het terrein.

God zij dank was de meerderheid van de festivalgangers net zo zielig als ik. Want dan kun je democratisch besluiten dat deze mensen triest zijn en er lekker met zijn allen over zeiken. Wie verkiest er nou een gratis muntje boven spacen op The Gaslamp Killer. Of helemaal uit je plaat gaan bij The Roots? Deze mensen hadden duidelijk geen idee van het concept plezier.

Als ik er goed over nadacht, was het eigenlijk heel naar voor deze mensen. Niet weten hoe je het naar je zin kan hebben met als gevolg een plezierloos Lowlands. Dat leek me vreselijk.

En daar zat ik dan met al mijn kennis van lol trappen, zonder het met de verzamelaars te delen. Het werd me duidelijk dat ook ik iets goeds kon doen op Lowlands. Het was mijn taak en die van de rest van de festivalgangers om de verzamelaars te helpen. Hoe? U raadt het waarschijnlijk al beste lezer. Door bekers kapot te trappen! Want, hoe minder ongedeerde bekers op het terrein, des te minder tijd ze aan het rapen kunnen besteden, des te meer tijd ze plezier kunnen hebben op Lowlands.

Dus ik heb me het leplazerus getrapt. Ieder heel bekertje dat ik zag knakte onder mijn voeten. En ik kan na Lowlands uit ervaring zeggen dat het echt waar is wat ze zeggen. Het voelt fijner om iets voor een ander te doen dan iets voor jezelf.

De geschiedenis van NonStopWriting

15-7-11 | Door Rachel 14 reacties

Daar is hij dan eindelijk, mijn eigen website! Sinds vandaag kun je via de homepage mijn nonstop hersenspinsels volgen in de vorm van blogs, foto’s, quotes en filmpjes. Op de rest van de website vind je informatie over mijn werk als freelance (web)redacteur.

Het live zetten van mijn website leek me een mooie gelegenheid om de naam van mijn eenmanszaak nader te verklaren: NonStopWriting. Het woord spreekt voor zich, maar de geschiedenis erachter ligt minder voor de hand. NonStopWriting is namelijk afgeleid van het woord NonStopHot. En de oorsprong van NonStopHot ligt weer in Mexico en omstreken… Het begon allemaal zo’n zes jaar geleden toen ik als groentje van 22 jaar aan een reis door Midden-Amerika begon. Met het schrijverschap was ik toentertijd niet bewust bezig, wel met mijn dramarelatie. Dat ik mijn tijd liever besteedde aan het maken van studentenblaadjes dan aan mijn studie zelf, zag ik dus nog niet als een teken aan de wand.

Twee weken voor mijn reis kwam aan mijn relatie een gepast dramatisch einde, met als gevolg dat ik in Mexico aankwam met het zelfvertrouwen van een zielig ingezakt puddinkje. De eerste week van mijn reis heb ik ‘s nachts tijdens mijn wakkere jetlaguren voornamelijk liggen wenen in mijn bed. Hier kwam verandering in toen ik de Amerikaanse Emily Katemoon ontmoette. Ik weet nog precies wanneer ik haar voor het eerst zag. Ik stond in de hal van hostel Mayflower in Mexico mijn liefdesverdriet met Australische surfers weg te flirten, toen ze binnen kwam waaien.
‘Hi everyone!’ zei ze. Haar glimlach was groots en wit. Ze droeg een grote strooien zonnehoed waarop een mand balanceerde die als backpack functioneerde. Haar reis was, in tegenstelling tot die van de meeste backpackers, onverwacht uit de lucht komen vallen. Na een zeilreis met haar broer vanaf Santa Barbara naar de Mexicaanse kust had ze gedacht: Waarom hier stoppen? Na de ontdekking van hostels, die toch een stuk goedkoper bleken dan hotels, had ze de smaak te pakken. Haar mand werd haar backpack en vijf maanden lang tot aan Panama toe zag ze geen reden om terug naar Amerika te gaan. Dat haar multimiljonair verloofde in hun enorme landhuis in Santa Barbara op haar wachtte, was bijzaak. In Guatemala aangekomen werd de verloving overigens telefonisch verbroken.

In eerste instantie mocht ik Emily niet zo. Dit kwam voornamelijk door haar onbedwingbare exhibitionisme. Zo stond ze op het dakterras haar schaamhaar met die van jongens te vergelijken. Dan stond ze weer haar borsten te flashen tijdens een jolig dansje. Ik dacht ruimdenkend te zijn, maar dat viel vies tegen. Ik was gewoon een preutse nuchtere Nederlander. Als iemand mij toen had gezegd dat ik de komende twee maanden met haar zou reizen, had ik diegene voor gek verklaard. Maar zoals vaker tijdens mijn reis zou blijken, oordeelde ik te snel. Eenmaal door het schild van naakte lichaamsdelen heen geworsteld, bleek Emily mijn vrouwelijke soulmate. We besloten het avontuur aan te gaan en trotseerden gezamenlijk ellenlange busreizen, beschonken leraren Spaans en gastgezinnen die ons nauwelijks voedden. Ze leerde me alles over de nutteloosheid van kleren en cowboydansen. En samen ontwikkelden we het concept Nonstophotness!® In eerste instantie om aan te geven hoe ontzettend warm het was. Maar al snel kwamen we, door een soortgelijk toeval als de uitvinding van vuur, tot de ontdekking dat we zelf Nonstophot® waren. Deze openbaring zette ons leven compleet op zijn kop. Zo was mijn liefdesverdriet DIRECT voorbij toen ik de bron van mijn nonstophotpowers aan durfde te boren. Overal waar we kwamen, werden we met open armen onthaald en gevoederd. En elke avond was het nonstopfeest. Helemaal toen we erachter kwamen dat, door een grapje van moeder natuur, onze nonstophotpowers verdubbelden in elkaars nabijheid. En zo gebeurde het dat we door heel Midden-Amerika onze nonstophotness verspreidden.

Twee jaar later stonden de zaken er bij mij totaal anders voor. Ik had sinds een half jaar mijn Master in Internationale Betrekkingen op zak, geen idee wat ik er mee wilde en als gevolg daarvan in een onmogelijke baan beland onder een baas van wie ik vermoed dat hij een achterneef van Stalin is. Je zult begrijpen dat mijn nonstophotness  in die tijd op een deprimerend laag pitje stond. Het was hoog tijd om hier verandering in te brengen. Ik besloot Emily op te zoeken in Austin Texas. Het bleek DE remedie. Alleen al over onze trip mailen deed me beter voelen.

On Mon, Jul 7, 2008, Emily Katemoon wrote:
Woohoo!!!  i can’t wait to pick you up at the airport!!!  i’ll flash you so you can be sure it’s me!!!

On Sun, Jul 13, 2008, Rachel van de Pol wrote:
If anything goes wrong like my plane crashes down because the pilot can’t perform his duty because of my nonstophotness, could you send me your adress and phonenumber? So i can give it to my parents.

On Sun, Jul 13, 2008, Emily Katemoon wrote:
Just don’t even LOOk at the pilot or you will distract him with your nonstophotness!!!

Op het vliegveld van Austin aangekomen, zag ik Emily al vanaf drie roltrappen hoog staan. Ze had een groot karton met NONSTOPHOTNESS in de lucht gestoken.  Ik voelde mijn nonstophotpowers direct verdubbelen. Vanaf dat punt werd het alleen maar beter. Mijn dagen waren gevuld met kanoërs overvallen met bommetjes, musicals in het park,  kamperen in de auto, champagne drinken bij de ochtendgloren, pizza in de bios, een zingende hond, zeemeerminzwemmen, feestjes crashen, hippies, een AA-meeting (niet voor mezelf), gunshows, ijsjes en nog meer ijsjes. Tussen de bedrijven door schreef ik over dit alles.
Die bloedhete zomer in Austin zette een kentering in mijn leven in. Ik zag Emily precies doen waar zij zin in had. Ze verdiende haar (weinige) geld met windowsplashing, bijles Spaans geven en haar huis aan het water verhuren voor het dubbele wat zij aan huur betaalde. Ondertussen werkte ze aan haar kinderboek Joone. Het gadeslaan van haar leven maakte het, tezamen met de afstand die ik voor een paar weken van mijn eigen leven had, zo klaar als een klontje. Ik moest mijn baan opzeggen en nonstop gaan schrijven. Achteraf gezien wist ik vanaf mijn afstuderen en al lang daarvoor dat ik dit het liefst wilde. Ik had het alleen nooit als een optie beschouwd om van de “vruchten van mijn pen” te kunnen leven. Nu wel.

Terug in Nederland stelde ik daad bij woord. Ik begon een thuisstudie Journalistiek en Nieuwe Media en volgde een vrijwillige stage bij Reed Business. Via bekwame en behulpzame collega’s leerde ik in korte tijd veel over webredactie. Zoveel dat ik aan mocht blijven als freelance webredacteur. Vervolgens besloot ik een paar artikelideeën op te sturen naar mijn favoriete blad van vroeger. Wie niet waagt, wie niet wint. Tot mijn grote verbazing won ik. Ik mocht een paar artikelen voor het blad schrijven. Ik kon mijn geluk niet op!
Met een klein zetje in de rug van mijn vriend, koos ik definitief voor het freelancerbestaan. Over de naam van mijn eenmanszaak bestond geen enkele twijfel: NonStopWriting. Iets wat je het liefst doet, moet een groot deel van je leven uitmaken. Inmiddels schrijf ik al meer dan twee jaar nonstop als freelancer voor uiteenlopende media. Het bewijs dat, wanneer je iets echt wilt en er hard voor werkt, je het kunt klaarspelen.

P.S. Voor de lezers, geen zorgen, mijn volgende blogs zullen aanzienlijk korter zijn.
P.S. 2 Nonstophotness to the world!